Origineel oefenmateriaal · geen officiële examenvragen

20 voorbeeldvragen voor Spreken A2

Gebruik deze situaties om direct hardop te antwoorden. Schrijf geen hele tekst: noteer maximaal drie kernwoorden, neem je antwoord op en probeer dezelfde vraag daarna één keer beter.

Dit zijn zelfgemaakte oefenvragen, geen vragen uit een echt examen. Bekijk voor de actuele officiële oefenexamens altijd Inburgeren.nl.

De 20 oefenvragen

Hulp vragen en iets regelen

  1. Uw fietsband is lek. Vraag de fietsenmaker wanneer hij de band kan repareren.
  2. U begrijpt een brief van de gemeente niet. Vraag om uitleg.
  3. Uw pinpas werkt niet. Leg het probleem uit bij de bank.
  4. U wilt een bibliotheekpas aanvragen. Vraag wat u moet meenemen.
  5. Uw pakket is niet aangekomen. Bel de bezorgdienst.

Een afspraak maken of veranderen

  1. U hoest al drie dagen. Maak een afspraak met de huisarts.
  2. U kunt morgen niet naar de tandarts. Verplaats de afspraak.
  3. Uw kind is ziek. Bel de school en meld uw kind af.
  4. U komt later bij de kinderopvang omdat de bus vertraging heeft.
  5. U wilt met uw leidinggevende praten over uw werktijden.

Een keuze of voorkeur uitleggen

  1. U wilt in het weekend sporten. Welke sport kiest u en waarom?
  2. U organiseert een verjaardag. Viert u die thuis of buiten?
  3. U heeft een vrije middag. Wat gaat u doen?
  4. U zoekt een nieuwe woning. Wat vindt u belangrijk?
  5. U wilt Nederlands oefenen. Doet u dat liever alleen of in een groep?

Een gebeurtenis beschrijven

  1. Vertel wat u gisteren na het werk heeft gedaan.
  2. Beschrijf hoe u meestal naar uw werk of school reist.
  3. Vertel over een maaltijd die u graag maakt.
  4. Beschrijf een drukke ochtend in uw huis.
  5. Vertel over een plek in uw buurt die u vaak bezoekt.

Vijf uitgewerkte antwoorden

Vraag 1 — fietsenmaker

“Goedemorgen, mijn achterband is lek. Ik heb de fiets morgen nodig voor mijn werk. Kunt u de band vandaag repareren? Hoe laat kan ik hem ophalen?”

Vraag 4 — bibliotheek

“Ik wil graag een bibliotheekpas aanvragen, omdat ik Nederlandse boeken wil lenen. Moet ik mijn paspoort en een bewijs van mijn adres meenemen?”

Vraag 8 — school

“Mijn zoon komt vandaag niet naar school, want hij heeft koorts. Ik denk dat hij morgen ook thuisblijft. Moet ik hem nog online ziek melden?”

Vraag 13 — vrije middag

“Ik ga naar het park met een vriendin. We willen wandelen, omdat het mooi weer wordt. Daarna drinken we koffie bij het station.”

Vraag 17 — reizen

“Ik ga meestal met de fiets naar mijn werk. Dat duurt ongeveer twintig minuten en is goedkoper dan de bus. Als het hard regent, neem ik wel de trein.”

Controleer elk antwoord

  • Ik reageer op alle onderdelen van de situatie.
  • Mijn eerste zin maakt de hoofdboodschap duidelijk.
  • Ik geef een reden, tijd, plaats of ander concreet detail.
  • Ik spreek in korte zinnen en blijf niet zoeken naar een perfect woord.
  • Mijn afsluiting past bij de situatie.

Wil je eerst de structuur oefenen? Lees dan de complete gids voor Inburgering Spreken A2.

Neem deze situaties op met directe feedback

De app laat je oefenen met vergelijkbare originele situaties. Eén les en drie AI-beoordelingen zijn gratis.

Start gratis