Werk · praktische spreektaal

Je ziek melden op het werk in het Nederlands

Je spreekt met een collega, leidinggevende of werkgever. Het doel: duidelijk uitleggen dat je niet kunt werken. Je traint niet alleen losse woorden: je bouwt een complete boodschap met een reden, een precies detail en een controleerbare volgende stap.

Directe aanpak: combineer je verzoek met een reden en een voorstel dat ook voor de andere persoon uitvoerbaar is. Deze situatie en alle voorbeelden zijn origineel oefenmateriaal, geen officiële examenvragen.

De situatie

Context: je spreekt over je werkdag.

Probleem: Je hebt koorts en kunt je dienst niet doen.

Detail dat je moet verwerken: Morgenmiddag bel je opnieuw.

Doel: Duidelijk uitleggen dat je niet kunt werken.

Zes zinnen die je direct kunt gebruiken

  1. 01 Ik wil mij voor vandaag ziekmelden.
  2. 02 Sinds vannacht heb ik koorts.
  3. 03 Ik kan mijn dienst daarom niet doen.
  4. 04 Mijn collega weet welke taken urgent zijn.
  5. 05 Morgenmiddag neem ik opnieuw contact op.
  6. 06 Kunt u mijn ziekmelding registreren?

Lees de zes zinnen eenmaal hardop. Bedek daarna de pagina, behoud de volgorde en vervang tijd, persoon en gewenste oplossing door je eigen gegevens.

Twee antwoordmodellen

A2

Kort en direct

Ik wil mij voor vandaag ziekmelden. Sinds vannacht heb ik koorts. Mijn collega weet welke taken urgent zijn. Kunt u mijn ziekmelding registreren?

Vergelijk na je opname niet elk woord. Controleer eerst of de luisteraar probleem, concreet detail en verzoek zonder extra vraag kan herkennen.

B1

Reden en oplossing

Ik wil mij voor vandaag ziekmelden. Sinds vannacht heb ik koorts. Ik kan mijn dienst daarom niet doen. Mijn collega weet welke taken urgent zijn. Morgenmiddag neem ik opnieuw contact op. Kunt u mijn ziekmelding registreren?

Vergelijk na je opname niet elk woord. Controleer eerst of de luisteraar probleem, concreet detail en verzoek zonder extra vraag kan herkennen.

Maak hetzelfde antwoord passend voor je niveau

Begin met een functioneel A2-antwoord. Voeg pas daarna B1-redenen of een B2-afweging toe; langer spreken is alleen beter wanneer iedere zin een taak uitvoert.

A2: kernboodschap

Open met “Ik wil mij voor vandaag ziekmelden.” Voeg daarna het feit “je hebt koorts en kunt je dienst niet doen” toe en eindig met “Kunt u mijn ziekmelding registreren?”

B1: reden en gevolg

Beschrijf waarom dit probleem belangrijk is: je hebt koorts en kunt je dienst niet doen. Voeg daarna dit detail toe: morgenmiddag bel je opnieuw. Maak ten slotte het doel concreet: duidelijk uitleggen dat je niet kunt werken.

B2: afwegen

Vergelijk twee oplossingen aan de hand van werkdruk, continuiteit, eerlijkheid en planning. Erken een nadeel en sluit af met dit doel: duidelijk uitleggen dat je niet kunt werken.

Vier gerichte spreekdrills

  1. Ronde 1: Vat de situatie in één zin samen en stel meteen één vraag.
  2. Ronde 2: Spreek opnieuw met een andere dag, plaats en reden.
  3. Ronde 3: Laat de eerste oplossing mislukken en bied een haalbaar alternatief.
  4. Ronde 4: Luister terug en vervang precies twee vage woorden.

Veelgemaakte fout in deze situatie

Veel achtergrond geven zonder een concreet voorstel, beschikbare dag of gewenste beslissing. De luisteraar moet uiteindelijk drie dingen herkennen: het probleem (je hebt koorts en kunt je dienst niet doen), het relevante detail (morgenmiddag bel je opnieuw) en het doel (duidelijk uitleggen dat je niet kunt werken).

  • De luisteraar weet binnen twee zinnen waarom ik spreek.
  • Mijn detail maakt de situatie controleerbaar.
  • Ik geef een oplossing die bij het probleem past.
  • Mijn laatste zin vraagt om een reactie.
  • Ik verwerk het specifieke detail: morgenmiddag bel je opnieuw.

Neem je eigen antwoord op

Dutch Speaking Exam Coach biedt originele A2-, B1- en NT2-spreekopdrachten, opname en gerichte AI-feedback. Eén les en drie beoordelingen zijn gratis.

Open in de App Store